Chemie Aktueel Tijdschrift voor scheikunde-onderwijs

Home
Voorbeeldopgaven
Chemie Aktueel in de klas
Inhoudsopgaven
Vaardigheidsvragen
Database
Inzenden opgaven en artikelen
Abonnement
Chemie Aktueel digitaal
Redactie
Stichting Chemie Aktueel
Sponsoring
Bioaktueel
Contact
Vaardigheidsvragen in Chemie Aktueel
Uit de Syllabus van het Cito/Cevo 'Scheikunde met voorbeeldexamens voor de centrale examens in de Tweede Fase havo/vwo' blijkt dat er op het centraal examen ook zogenaamde vaardigheidsvragen gesteld zullen worden. Deze kunnen 20 tot 45 scorepunten opleveren van de maximaal 90 punten (de maximale score die tot 2000 gebruikelijk was voor het centraal examen).

Na de tabel met de vaardigheidsvragenindelingen voor de opgaven uit nummer 42 volgt een toelichting op de vraagtypen op basis van de Cito/Cevo-Syllabus.

Bij de opdrachten van Chemie Aktueel zullen we steeds proberen deze vraagtypen aan bod te laten komen, zodat u oefenstof heeft voor uw leerlingen. Hieronder een tabel met verwijzing voor de opgaven uit nummer 42:
Vraagtype Titel van de opdracht uit Chemie Aktueel nummer 42
1 informatiebegripsvraag Alle opdrachten
2 informatieselectievraag Breekbare polymeren
3 informatiebewerkingsvraag Wassen met broeikasgas
Bussen op gesplitst water
Borium effectief bij hersentumor
Hoe maak je kauwgom
Zuiver zink door grote stroomsterkten
Schone energievormen
Handel in vervuilde lucht
Toch allergie door euromunt
Blonde vrouwen worden ziek van euromunt
4 aanvaardbaarheidsvraag Kacheltje is sluipmoordenaar
Wassen met broeikasgas
Bussen op gesplitst water
5 argumentenvraag Zuiver zink door grote stroomsterkten
Handel in vervuilde lucht
6 standpuntvraag Handel in vervuilde lucht
8 probleemstellingvraag Koele handschoen
Hoe maak je kauwgom
9 werkplanvraag Koele handschoen
Hoe maak je kauwgom
10 conclusievraag Waarschuwing op pakje sigaretten

Toelichting vaardigheids-vraagtypen

  • Informatievaardigheden
    1. Informatie-begripsvraag
      Hoofdddoel: toetsen of de kandidaat vakinhoudelijke kennis kan inzetten bij het begijpen van informatie en/of interpreteren van gegevens. Het uigangsmateriaal is daarbij vrij omvangrijk (enige overmaat en/of veelheid aan gegevens) en wordt zoveel mogelijk levensecht gepresenteerd.
    2. Informatie-selectievraag
      Hoofdddoel: toetsen of een kandidaat gericht informatie kan selecteren c.q. gegevens kan selectern uit een overmaat aan informatie. De kandidaat hoeft niet alle informatie te gebruiken (gegevens uit een omvangrijke tekst, niet-routinematige gegevens uit Binas, informatie op niet direct voor de hand liggende plaats in de opgave).
    3. Informatie-bewerkingsvraag
      Hoofdddoel: toetsen of de kandidaat gegeven informatie kan omzetten in een andere gestructureerde vorm, zoals het samenvatten van een tekst, het herschrijven van een stukje (onduidelijke of onjuiste) tekst en het weergeven van gegevens in een tabel, grafiek of schema.
    4. Aanvaardbaarheidsvraag
      Hoofdddoel: toetsen of de kandidaat van gegeven informatie de aanvaardbaarheid kan beoordelen op basis van criteria zoals: betrouwbaarheid, objectiviteit, geschiktheid voor een bepaald doel.

  • Standpuntbepaling
    (Schetsing bepaald dilemma of een kwestie met verschillende meningen of keuzen. Maatschappelijk herkenbaar).
    1. Argumentenvraag
      Hoofddoel: toetsen of de kandidaat bij een gegeven standpunt één of meer argumenten kan noemen of herkennen.
    2. Standpuntvraag
      Hoofddoel: toetsen of de kandidaat een standpunt kan innemen op basis van één of meer zelf genoemde of herkende argumenten.
    3. Afwegings/betoogvraag
      Komt niet in de centrale examens scheikunde voor.

  • Onderzoeksvaardigheden
    (Vraagtypen hebben betrekking op onderzoek, al dan niet experimenteel).
    1. Probleemstellingsvraag
      Hoofddoel: toetsen of de kandidaat in het kader van een bepaald onderzoek een vraagstelling of hypothese kan formuleren, classificeren, herkennen of beoordelen.
    2. Werkplanvraag
      Hoofddoel: toetsen of een kandidaat de hoofdlijnen voor de uitvoering van een onderzoek kan formuleren, beoordelen of verbeteren.
    3. Conclusie
      Hoofddoel: toetsen of de kandidaat conclusies kan trekken uit onderzoeksgegevens of kan beoordelen of conclusies terecht uit de onderzoeksgegevens zijn getrokken.